Totale of omgekeerde schouderprothese, waar zit het verschil?

Totale of omgekeerde schouderprothese, waar zit het verschil?
Schouderartrose begint vaak sluipend. Eerst doet het pijn als je een volle boodschappentas optilt, later ook bij het aankleden of midden in de nacht. Helpen medicijnen en fysiotherapie niet meer genoeg, dan kan een schouderprothese in beeld komen. Er bestaan twee hoofdtypen. Welke het wordt, hangt vooral af van de staat van de spieren en pezen rond het gewricht.
Hoe de schouder werkt
Waarom kan juist de schouder zoveel kanten op bewegen? De schouder is een kogelgewricht. De kop van de bovenarm draait in een ondiepe kom. Daaromheen liggen dieper gelegen spieren die samen de spiercuff vormen, ook wel rotator cuff genoemd. Ze liggen als een manchet om het gewricht en zorgen zowel voor beweging als voor stabiliteit.
Bij artrose slijt de gladde kraakbeenlaag op de gewrichtsvlakken. Op den duur kan die laag zelfs helemaal verdwijnen. Kop en kom glijden dan niet meer soepel langs elkaar, waardoor bewegen steeds moeilijker en pijnlijker wordt. Ook een scheur in een spier of pees van de spiercuff kan de functie van de schouder flink verminderen. Juist dat verschil, alleen slijtage of slijtage met een peesscheur, speelt later een rol bij de keuze voor een prothese.
De totale schouderprothese
Bij een totale schouderprothese blijft de bouw van het gewricht gelijk aan de natuurlijke situatie. De orthopedisch chirurg vervangt kop en kom, maar beide onderdelen houden hun eigen plek. Via een snede aan de voorkant van de schouder wordt het gewrichtskapsel geopend en de schouderkop deels verwijderd. De prothese bestaat daarna uit een paar vaste onderdelen.
- een metalen bol die de oorspronkelijke schouderkop vervangt
- een steel waarmee die bol in het bot van de bovenarm wordt vastgezet
- een nieuwe kom van gehard plastic (polyethyleen)
Hoe het plaatsen van een totale schouderprothese precies verloopt, van het preoperatief spreekuur tot de controles na de operatie, beschrijven ziekenhuizen die deze ingreep uitvoeren vaak uitgebreid voor hun patiënten. De operatie zelf duurt ongeveer 1 tot 1,5 uur.
Dit type werkt alleen goed als de spiercuff nog voldoende functioneert. Die spieren moeten de nieuwe kop immers in de kom houden en de arm bewegen. Om de prothese te kunnen plaatsen, maakt de chirurg de spier aan de voorzijde van de schouder tijdelijk los. Aan het einde van de operatie wordt deze weer vastgezet.
De omgekeerde schouderprothese
Wat als de pezen van de spiercuff niet meer te herstellen zijn? Bij slijtage in combinatie met een onherstelbare peesscheur kan de chirurg kiezen voor een omgekeerde schouderprothese. Zoals de naam al zegt, worden de onderdelen hier andersom geplaatst. De nieuwe bol komt op de plek waar eerst de kom zat. De nieuwe kom komt op de bovenarm, op de plek van de vroegere kop.
Door die omkering verschuift het draaipunt van de schouder. De prothese leunt dan niet meer op de spiercuff, maar op de kracht van de deltaspier. Dat is de grote, oppervlakkig gelegen schouderspier die je aan de buitenkant van je bovenarm kunt voelen. Daardoor herstelt de kracht en functie van de schouder meestal weer gedeeltelijk, ook als de diepere pezen niet meer meewerken.
Welke prothese past bij je schouder?
Die keuze maakt de orthopedisch chirurg, in overleg met jou. Bij de afweging spelen een aantal factoren mee.
- je leeftijd
- de kwaliteit van de spieren en pezen rond het gewricht
- de ernst van de slijtage
Bij beide typen geldt dat de gemiddelde levensduur van een schouderprothese 10 tot 15 jaar is, afhankelijk van hoe zwaar het gewricht wordt belast. Vergeleken met een gezonde schouder is een kunstschouder over het algemeen minder zwaar te belasten. Heb je al langere tijd last van je schouder, dan is de huisarts het eerste aanspreekpunt. Die beoordeelt je klachten en verwijst je zo nodig door.









